huurwieGrosso modo: de huurder doet de kleine dingen, de verhuurder de grote.

De huurder moet voor de woning zorgen “als een goede huisvader”, wat onder andere betekent dat de woning verwarmd, verlucht en onderhouden wordt. Kleine, vaak voorkomende herstellingen zijn ook voor de huurder: een zekering vervangen, een nieuwe lamp, een lekkende kraan …

De verhuurder staat in voor structureel onderhoud. Een klemmende deur, het vervangen van een versleten verwarmingsketel, vochtschade … is voor zijn rekening.

 

Over de meeste aspecten zit het zo: de huurder onderhoudt, de verhuurder herstelt of vervangt. De huurder houdt de dakgoot proper, de verhuurder herstelt de dakgoot als die stuk is. De huurder onderhoudt de tuin en snoeit de planten. De verhuurder herstelt de afsluiting als die stuk gaat. De huurder plamuurt de muur bij als het een klein stukje is. Stukken groter dan 1m² zijn voor de verhuurder.

 

Alle defecten die een gevolg zijn van ouderdom of slijtage, zijn voor de verhuurder. Andere defecten (een gebroken ruit) zijn voor de huurder, tenzij die kan aantonen dat het niet door zijn toedoen of verwaarlozing is gebeurd (hagel).

In de praktijk is er erg vaak discussie over wie wat moet doen. Contacteer advocatenkantoor Bart Vanmarcke om te weten wat correct en afdwingbaar is.